De mineurdrieklank is een basisakkoord in tertsstapeling met formule 1-♭3-5. Vergeleken met majeur geeft de verlaagde terts meteen een donkerder en introspectiever klankkleur, terwijl de reine kwint de stabiliteit bewaart. Het akkoord staat centraal in natuurlijke mineur op de tonica, maar komt ook diatonisch voor op meerdere trappen in majeur en mineur.
Opbouw
Formule: 1-♭3-5. In Cm spel je C-E♭-G. Inversies volgen de gebruikelijke drieklanklogica; in klassieke termen heet de eerste inversie vaak een sextakkoord.
Gebruik
Gebruik het als mineurtonica, als pre-dominant (vooral ii in majeur), als modale kleur op andere grondtonen en als basisvorm in voicing-oefeningen.
Voorbeelden
- Mineur-liederen en folkmelodieen met een duidelijke tonische mineurklank
- Majeur ii-V-bewegingen waarin ii een mineurdrieklank is
- Pop- en rockcoupletten op mineurdrieklanken voor een meer introspectieve sfeer
In de praktijk
Laat de terts hoorbaar in je voicing zodat de mineurkwaliteit duidelijk blijft, kies dubbels die de baslijn ondersteunen en verbind stemmen vloeiend richting dominante harmonie.
Gehoortraining
Herken de combinatie van kleine terts boven de grondtoon met een reine kwint: donkerder dan majeur, maar stabieler dan verminderde varianten.
