Dominantmodus met ♯4 en ♭7, de 4e modus van melodisch mineur.
Intervallen vanaf de grondtoon die deze toonladder stap voor stap opbouwen.
Diatonische akkoorden op elke trap van deze toonladder.
Verwante modi met dezelfde noten maar een ander tonaal centrum.
Ontdek toonladders met veel dezelfde noten en vergelijk hoe een ander tonaal centrum de klank verandert.
Open de app en start je dagelijkse workout!
Beschikbaar voor Android en iOS
Open de app en start je dagelijkse workout!
Beschikbaar voor Android en iOS
| Trappen | Drieklank | Septiem | Toevoegingen | Toonladder | |
|---|---|---|---|---|---|
| I | |||||
| II | |||||
| III | |||||
| IV | |||||
| V | |||||
| VI | |||||
| VII |
Lydisch dominant combineert de heldere lift van lydisch met de trekkracht van een dominant-septiemklank. De kleur ontstaat uit de spanning tussen ♯4 en ♭7: de ene noot opent de harmonie omhoog, terwijl de andere de dominante functie bewaart. Daardoor is dit een kernkleur in moderne jazz, fusion en kleurrijke harmoniek.
Lydisch dominant volgt 1-2-3-♯4-5-6-♭7, met stapvolgorde W-W-W-H-W-H-W. In C lydisch dominant zijn de tonen C-D-E-F♯-G-A-B♭. Modaal gezien is dit de 4e modus van melodisch mineur (bijvoorbeeld uit G melodisch mineur).
Vergeleken met mixolydisch (1-2-3-4-5-6-♭7) verandert slechts een trap: 4 wordt ♯4. Zo blijft het dominante kader staan, maar ontstaat een modernere, zwevende spanning.
Lydisch dominant werkt vaak op dominantakkoorden die niet strikt klassiek oplossen, of die met modale kleurbeweging oplossen. In jazz wordt de modus veel gebruikt wanneer je een duidelijke ♯11-kleur wilt.
Melodisch maken 3, ♯4 en ♭7 de modus direct herkenbaar. Harmonisch zorgen voicings met 3-♭7 plus ♯11 meteen voor het juiste karakter.
Oefen mixolydisch en lydisch dominant op dezelfde grondtoon en focus eerst op 4 versus ♯4 met constante ♭7. Schrijf daarna korte motieven die akkoordtonen raken en regelmatig ♯4/♯11 inzetten als kleur.
Voor improvisatie werkt het best om de modus aan melodisch-mineurfamilies en dominante functie te koppelen, niet als losse vingerzetting. In compositie gebruik je hem voor dominante energie met meer harmonische ruimte.
| Interval | halve toonafstanden | Noot | ||
|---|---|---|---|---|
| 0 | C♯ | |||
| 2 | D♯ | |||
| 4 | E♯ | |||
| 6 | F𝄪 | |||
| 7 | G♯ | |||
| 9 | A♯ | |||
| 10 | B |