Het dominant-septiemakkoord voegt een kleine septiem toe aan een majeurdrieklank. Dat levert de klassieke dominantfunctie op: spanning die sterk naar oplossing trekt, vooral naar de tonica. Notatie: C7, G7, enzovoort. In blues, jazz, gospel, rock en klassieke harmonie is dit akkoord een kernmotor van cadensen.
Opbouw
Een majeurdrieklank plus een kleine septiem. In C7: C-E-G-B♭. Tussen de terts (E) en septiem (B♭) zit een tritonus; juist dat interval geeft het akkoord zijn kenmerkende drang naar oplossing.
Gebruik
In blues klinkt het dominant-septiem vaak ook op I als vaste kleur, niet alleen op V. In jazz is V7→I een standaardbeweging en de basis voor mixolydische en bebop-lijnen. In pop en rock hoor je V7 veel in turnarounds en slotcadensen; in klassiek is het een werkpaard voor authentieke cadensen.
Voorbeelden
- Blues-shuffles en jazzstandards met dominant-septiemen als hoofdkleur
- Rock en soul: V7 vlak voor I in endings en turnarounds
- Klassieke stijl (barok tot romantiek): V7 in authentieke cadensen
In de praktijk
Oefen vooral V7 → I met vloeiende stemvoering. Start met shell voicings (grondtoon-terts-septiem) en voeg daarna extensies zoals 9 of ♭9 toe.
